📚 Blog

Zomer voorbij, herfst begonnen: wat verandert er eigenlijk?

De zomer maakt langzaam plaats voor de herfst. Maar wat verandert er nu eigenlijk? Ontdek met cijfers, vergelijkingen en voorbeelden hoe temperatuur, daglicht, regen, zon en het dagelijks leven veranderen.

02-09-2026 Casper 15 bekeken 17 min leestijd
Zomer voorbij, herfst begonnen: wat verandert er eigenlijk?

Zomer voorbij, herfst begonnen: wat verandert er eigenlijk?

De zomer loopt langzaam af en de herfst staat voor de deur. Of eigenlijk: voor meteorologen is de herfst al begonnen zodra september start. Toch voelt dat voor veel mensen helemaal niet zo. In september kan het in Nederland nog verrassend warm zijn en soms lijkt een zomerse dag ineens weer terug.

Maar ondertussen verandert er buiten ontzettend veel.

De zon komt iedere dag iets lager te staan, de dagen worden korter, de nachten langer en de temperatuur gaat gemiddeld omlaag. De kans op regen en wind verandert en ook de natuur begint langzaam aan een nieuw seizoen.

Toch is de overgang van zomer naar herfst niet zo simpel als: zomer = warm en zonnig, herfst = koud en nat.

In werkelijkheid zit er veel meer verschil tussen de verschillende maanden. September kan nog behoorlijk zomers zijn, terwijl november al heel anders aanvoelt. En juist die overgang maakt de herfst interessant.

Maar hoeveel verandert er eigenlijk?

Hoeveel daglicht verliezen we bijvoorbeeld tussen september en november? Hoe groot is het temperatuurverschil? Regnet het in de herfst echt veel meer? En waarom kan een dag van 15 graden in september soms heerlijk aanvoelen, terwijl dezelfde temperatuur in november behoorlijk fris lijkt?

In dit artikel zetten we de zomer en herfst naast elkaar en kijken we met cijfers en voorbeelden naar wat er daadwerkelijk verandert.

Eerst even dit: wanneer begint de herfst eigenlijk?

Dat hangt ervan af welke definitie je gebruikt.

Voor meteorologen begint de herfst op 1 september en duurt deze tot en met 30 november. Dat is vooral praktisch: zo bestaan de seizoenen steeds uit drie volledige kalendermaanden en kunnen weerkundigen de seizoenen goed met elkaar vergelijken.

Astronomisch werkt het anders. Daar wordt gekeken naar de positie van de aarde ten opzichte van de zon.

In 2026 begint de astronomische herfst in Nederland op 23 september om 02:05 uur.

Dat betekent dus dat we volgens de meteorologische indeling al vanaf 1 september in de herfst zitten, terwijl de astronomische herfst pas ruim drie weken later begint.

Allebei zijn ze dus correct. Ze gebruiken alleen een andere manier om het seizoen te bepalen.

Zomer en herfst naast elkaar

Als we de seizoenen simpel naast elkaar zetten, zie je meteen dat er behoorlijk wat verandert.

Onderdeel Zomer Herfst
Maanden Juni, juli, augustus September, oktober, november
Daglengte Lang Steeds korter
Zonhoogte Hoog Steeds lager
Temperatuur Gemiddeld hoger Gemiddeld lager
Avonden Lang en vaak licht Steeds sneller donker
Natuur Volop groen Bladeren verkleuren en vallen
Weertype Vaker warm en zonnig Meer afwisseling tussen zacht, nat, winderig en zonnig

Maar zo'n tabel vertelt natuurlijk nog niet het hele verhaal.

Het interessantste wordt het wanneer we naar de cijfers kijken.

Het grootste verschil: we verliezen ontzettend veel daglicht

Een van de opvallendste veranderingen tussen zomer en herfst is de hoeveelheid daglicht.

Dat gaat geleidelijk, waardoor je het van dag tot dag nauwelijks merkt. Maar vergelijk je september met november, dan wordt het verschil behoorlijk groot.

Kijken we bijvoorbeeld naar Amsterdam in 2026, dan duurt de dag op 1 september ongeveer 13 uur en 4 minuten.

Op 1 oktober is dat nog ongeveer 11 uur en 36 minuten.

Op 1 november is er nog ongeveer 9 uur en 35 minuten daglicht.

Datum Ongeveer daglicht Verschil met 1 september
1 september 13 uur 04 minuten -
1 oktober 11 uur 36 minuten 1 uur 28 minuten minder
1 november 9 uur 35 minuten 3 uur 29 minuten minder

Dat betekent dat we tussen 1 september en 1 november ongeveer 3 uur en 29 minuten daglicht per dag verliezen.

Dat klinkt misschien niet enorm wanneer je het over een periode van twee maanden verdeelt. Maar gemiddeld is dat ruim 2,5 minuut minder daglicht per dag.

En over de hele periode loopt dat dus behoorlijk op.

In procenten is het verschil nog duidelijker

Op 1 september hebben we in Amsterdam ongeveer 13 uur en 4 minuten daglicht. Dat is 784 minuten.

Op 1 november zijn dat ongeveer 575 minuten.

Het verschil is ongeveer 209 minuten.

De berekening is dan:

209 ÷ 784 × 100 = ongeveer 26,7%

We hebben op 1 november dus ongeveer 27 procent minder daglicht dan op 1 september.

Dat is een veel groter verschil dan je misschien zou verwachten wanneer je alleen naar de kalender kijkt.

Waarom wordt het eigenlijk zo snel donker?

De aarde draait niet rechtop om de zon. De aardas staat schuin. Daardoor verandert gedurende het jaar de hoek waaronder zonlicht ons noordelijk halfrond bereikt.

In de zomer staat de zon hier hoger aan de hemel en blijft hij langer boven de horizon.

Na de zomer wordt de zonbaan steeds lager en wordt de periode waarin de zon boven de horizon staat steeds korter.

Dat proces gaat iedere dag een klein stukje verder.

Daarom merk je bijvoorbeeld nauwelijks verschil tussen twee opeenvolgende dagen, maar wel wanneer je begin september vergelijkt met begin november.

En dan hebben we ook nog de klok

Alsof de dagen nog niet snel genoeg korter worden, verandert eind oktober ook de klok.

In Nederland gaat de klok in de nacht van de laatste zondag van oktober een uur terug. Daardoor lijkt het alsof het ineens nog vroeger donker wordt.

Belangrijk is wel dat de klok niet de oorzaak is van de kortere dagen.

De dagen waren al wekenlang aan het korten door de beweging van de aarde en de stand van de zon. De overgang naar de wintertijd verschuift alleen onze kloktijden ten opzichte van het zonlicht.

Dat is ook waarom de overgang naar november zo opvallend kan voelen.

Begin september kun je na het avondeten nog gemakkelijk buiten zitten terwijl het licht is. In november is het rond die tijd al donker.

De temperatuur daalt, maar niet in één keer

Ook de temperatuur verandert geleidelijk.

Het is een misverstand dat het op 1 september ineens herfstweer moet zijn. September kan in Nederland nog behoorlijk warm zijn.

Het KNMI gebruikt voor klimaatvergelijkingen langjarige gemiddelden. Die gemiddelden laten mooi zien dat de temperatuur gedurende de herfst steeds verder daalt.

Voor september ligt de gemiddelde temperatuur in de periode 1991-2020 rond 14,7 °C in De Bilt. Voor oktober ligt dat rond 10,9 °C. De gemiddelde temperatuur van de volledige meteorologische herfst ligt rond 10,9 °C.

Dat betekent dus niet dat iedere dag in september 14,7 graden is.

Het is een gemiddelde over een lange periode.

Een gemiddelde zegt niet dat iedere dag hetzelfde is

Stel dat het in september overdag 22 graden is en 's nachts 8 graden. Dan kun je gemiddeld al een heel ander getal krijgen dan wanneer het iedere dag rond de 15 graden zou zijn.

Daarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met gemiddelde temperaturen.

Een gemiddelde vertelt ons vooral iets over het algemene klimaat, niet over wat je morgen kunt verwachten.

En juist in de herfst kunnen de verschillen groot zijn.

De ene dag kan nog bijna zomers aanvoelen, terwijl je een paar dagen later met een jas en paraplu naar buiten gaat.

Waarom kan 15 graden in september anders voelen dan 15 graden in november?

Dit is een leuke vraag, want op de thermometer staat in beide gevallen precies hetzelfde getal.

Toch kan het gevoel behoorlijk verschillen.

Dat komt doordat temperatuur niet het enige is wat bepaalt hoe warm of koud we iets ervaren.

Ook de zon, wind, luchtvochtigheid, bewolking en het moment van de dag spelen een rol.

Een zonnige septembermiddag met weinig wind kan bij 15 graden heel aangenaam zijn. Je zit misschien zelfs zonder jas op een terras.

Een bewolkte novemberdag met 15 graden en een stevige wind kan veel frisser aanvoelen.

De thermometer liegt dus niet. Maar hij vertelt ook niet het volledige verhaal.

De zon staat steeds lager

Niet alleen de lengte van de dag verandert. Ook de hoogte van de zon aan de hemel verandert.

In de zomer staat de zon rond het middaguur veel hoger dan in de herfst en winter.

Dat heeft gevolgen voor de hoeveelheid energie die het aardoppervlak ontvangt.

Wanneer de zon hoger staat, valt het zonlicht directer op het aardoppervlak. Wanneer de zon lager staat, wordt dezelfde hoeveelheid zonnestraling over een groter oppervlak verdeeld.

Daar komt bij dat de zon in de herfst iedere dag minder lang boven de horizon staat.

Minder sterke instraling en minder uren zon boven de horizon dragen samen bij aan de afkoeling richting de winter.

Maar regent het in de herfst echt zoveel meer?

Hier wordt het interessant.

We zeggen vaak dat de herfst een nat seizoen is. Dat beeld klopt gedeeltelijk, maar het betekent niet dat het iedere herfst voortdurend regent.

Het KNMI laat zien dat de hoeveelheid neerslag sterk kan verschillen per maand, jaar en locatie.

De normale neerslagsom voor de herfst ligt rond de 239 millimeter in De Bilt over de periode 1991-2020.

Maar het ene jaar kan veel natter zijn dan het andere.

Zo staat in de KNMI-statistieken de herfst van 1998 bovenaan met 468,2 millimeter neerslag in De Bilt. Aan de andere kant staat 1953 met slechts 52,2 millimeter als droogste herfst in die ranglijst.

Dat is een enorm verschil.

Herfst Neerslag in De Bilt
Normaal 1991-2020 239,0 mm
Natste herfst in de ranglijst: 1998 468,2 mm
Droogste herfst in de ranglijst: 1953 52,2 mm

De natste herfst uit deze reeks had daarmee ongeveer negen keer zoveel neerslag als de droogste.

Dat laat meteen zien waarom je voorzichtig moet zijn met uitspraken als: “In de herfst regent het altijd veel.”

Het seizoen heeft bepaalde klimatologische kenmerken, maar ieder jaar kan heel anders verlopen.

De kust kan weer een ander verhaal vertellen

Nederland is klein, maar het weer is niet overal hetzelfde.

Dat zie je bijvoorbeeld bij neerslag.

Volgens het KNMI kan er in de herfst langs de kust tot ongeveer 40 procent meer neerslag vallen dan gemiddeld over het land.

Dat heeft onder andere te maken met het relatief warme zeewater in het najaar. Buien kunnen gemakkelijker boven zee ontstaan en vervolgens richting land trekken.

Dat betekent dat iemand aan de kust een compleet andere herfst kan ervaren dan iemand in het zuidoosten van Nederland.

Dus wanneer iemand zegt: “Het regent hier de hele herfst”, kan dat best waar voelen voor die persoon, terwijl het ergens anders in Nederland veel droger is.

En hoe zit het met de zon?

Ook hier hebben we een beeld dat niet helemaal klopt.

Herfst betekent niet automatisch dat de zon maandenlang verdwenen is.

Volgens de langjarige gemiddelden heeft de meteorologische herfst in De Bilt ongeveer 339,5 uur zonneschijn.

Maar ook hier kunnen de verschillen van jaar tot jaar enorm zijn.

De zonnigste herfst in de KNMI-ranglijst had 456,9 uur zonneschijn in 2018. De somberste herfst kwam in 1957 uit op 202,4 uur.

Ook dat is meer dan een factor twee verschil.

De herfst kan dus zonnig zijn. Het kan alleen ook behoorlijk grijs worden.

September is eigenlijk een bijzondere maand

Wanneer mensen aan herfst denken, denken ze misschien meteen aan regen, vallende bladeren en dikke jassen.

Maar september past daar niet altijd bij.

September is juist een echte overgangsmaand.

De maand kan nog zomerse temperaturen opleveren, terwijl de dagen al duidelijk korter zijn geworden.

Het KNMI laat bijvoorbeeld zien dat september gemiddeld veel warmer is dan oktober en november.

Daarom kan september soms voelen als een verlengde zomer.

Een zonnige middag met 20 graden of meer is helemaal niet vreemd.

Maar tegelijk merk je 's ochtends en 's avonds dat het seizoen aan het veranderen is.

Oktober is vaak het echte omslagpunt

Wanneer je de drie herfstmaanden naast elkaar legt, is oktober vaak de maand waarin het verschil met de zomer duidelijker wordt.

De temperatuur ligt gemiddeld lager dan in september en het aantal uren daglicht neemt verder af.

De zon staat lager en de kans op herfstachtige dagen neemt toe.

Toch kan ook oktober nog verrassend zacht zijn.

Het KNMI registreerde bijvoorbeeld in oktober 2025 een gemiddelde temperatuur van 12,0 °C in De Bilt, tegenover 10,9 °C als langjarig gemiddelde.

Dat laat opnieuw zien dat een kalendermaand niet automatisch hetzelfde weer betekent.

November laat zien hoe groot het verschil kan worden

In november zitten we alweer behoorlijk ver van de zomer af.

Begin november hebben we in Amsterdam ongeveer 9 uur en 35 minuten daglicht. Richting het einde van de maand wordt dat nog minder.

De zon komt later op en gaat veel eerder onder.

Dat heeft invloed op hoe onze dagen aanvoelen.

Wanneer je 's ochtends naar school of werk gaat, kan het buiten nog donker zijn. En wanneer je aan het einde van de middag thuiskomt, kan het alweer schemeren of donker zijn.

Dat is een van de grootste praktische verschillen tussen zomer en herfst.

Een simpele vergelijking van onze dag

Laten we het praktisch maken.

Stel dat iemand in de zomer om 17:00 uur klaar is met werken.

In juni is het dan nog volop licht en kan die persoon zonder problemen na het eten nog een lange fietstocht maken.

In september kan dat nog steeds prima.

In november wordt het een ander verhaal.

Dan is het rond 17:00 uur al donker of bijna donker.

Dezelfde werktijd blijft dus hetzelfde, maar de hoeveelheid vrije tijd die je buiten kunt doorbrengen verandert behoorlijk.

Dat is een van de redenen waarom de herfst voor veel mensen anders aanvoelt dan de zomer.

Wat gebeurt er met de natuur?

De veranderingen zijn natuurlijk niet alleen zichtbaar op een thermometer.

Ook de natuur reageert op de veranderingen in daglengte en temperatuur.

Bomen bereiden zich langzaam voor op de winter. Bladeren veranderen van kleur en uiteindelijk vallen ze van de bomen.

De groene kleur van bladeren wordt minder dominant en andere pigmenten worden zichtbaar.

Daardoor ontstaan de bekende gele, oranje en rode herfstkleuren.

Het is dus niet alleen een kwestie van “het wordt kouder”. De hele omgeving verandert mee.

Waarom voelt de overgang soms zo snel?

De overgang van zomer naar herfst gebeurt eigenlijk heel geleidelijk.

Maar ons dagelijks leven kan de verandering ineens extra duidelijk maken.

De school begint weer, vakanties zijn voorbij, sportverenigingen starten hun nieuwe seizoen en werkagenda's lopen weer voller.

Daardoor kan het lijken alsof de zomer van de ene op de andere dag verdwenen is.

In werkelijkheid begon de verandering al veel eerder.

De dagen werden na de langste dag in juni alweer korter. Iedere dag verloor je een klein beetje daglicht.

Pas wanneer het verschil groot genoeg wordt, beginnen we het echt op te merken.

Van lange zomeravond naar donkere middag

Misschien is dit wel de duidelijkste manier om zomer en herfst te vergelijken.

Moment Wat merk je?
Zomer Na het eten is het nog lang licht
Begin september Avonden worden merkbaar korter
Begin oktober Rond de avond is het al veel eerder donker
Begin november Rond het einde van de middag is het al donker

Dat verschil verklaart voor een groot deel waarom onze vrije tijd in de herfst anders wordt ingevuld.

In de zomer gaan we na het eten nog naar buiten. In november kan hetzelfde moment juist het begin zijn van een gezellige avond binnen.

De herfst is dus niet alleen kouder

Als we alles bij elkaar nemen, blijkt dat de overgang van zomer naar herfst veel meer inhoudt dan alleen een dalende temperatuur.

We krijgen:

  • minder uren daglicht;
  • een lagere zonnestand;
  • gemiddeld lagere temperaturen;
  • kortere avonden;
  • langere nachten;
  • meer kans op herfstachtig weer zoals regen en wind;
  • veranderende natuur;
  • en een ander dagelijks ritme.

Maar geen van deze veranderingen gebeurt in één keer.

Het is juist een langzaam proces.

Een herfst kan nog verrassend zomers zijn

Daarom is het ook goed om niet te denken dat de zomer op 31 augustus volledig voorbij is.

Een warme septemberdag kan nog gewoon voelen als een zomerdag.

Je kunt nog op een terras zitten, fietsen, wandelen of zelfs een ijsje halen.

Het verschil zit vooral in de trend.

De kans op echt warme dagen neemt langzaam af en de hoeveelheid daglicht wordt steeds kleiner.

Dat betekent dat je in september soms nog volop kunt genieten van buiten zijn, terwijl je tegelijkertijd merkt dat het seizoen aan het veranderen is.

En dat maakt de herfst eigenlijk best bijzonder

De herfst wordt vaak vooral gezien als het seizoen van regen en kou.

Maar kijk je naar de cijfers, dan is het eigenlijk een ontzettend interessant seizoen.

Het is de periode waarin de natuur verandert, het daglicht snel afneemt en het weer sterk kan wisselen.

September kan nog bijna zomers zijn.

Oktober laat steeds meer herfst zien.

November brengt ons langzaam richting winter.

Je krijgt daardoor eigenlijk drie verschillende maanden binnen één seizoen.

Wat kun je zelf merken van deze veranderingen?

Je hoeft geen weerstation in de tuin te hebben om de overgang te merken.

Kijk bijvoorbeeld eens naar hoe laat je 's avonds nog buiten kunt zitten.

Of let eens op wanneer je 's ochtends voor het eerst zonder kunstlicht naar buiten kunt kijken.

Je zult merken dat dit gedurende de herfst steeds verandert.

Ook de kleding die je aantrekt verandert mee. Eerst misschien alleen een vest in de ochtend, daarna een jas, later een dikkere jas en uiteindelijk misschien zelfs handschoenen en een muts.

Het zijn kleine veranderingen die samen het nieuwe seizoen zichtbaar maken.

Een klein experiment voor thuis

Wil je zelf eens zien hoe snel het daglicht verandert?

Schrijf op een paar vaste data op hoe laat de zon opkomt en ondergaat.

Bijvoorbeeld op 1 september, 15 september, 1 oktober, 15 oktober, 1 november en 15 november.

Bereken iedere keer hoeveel uren daglicht je hebt.

Je zult zien dat het verschil tussen twee weken misschien klein lijkt, maar dat de verschillen aan het einde van de periode behoorlijk groot zijn.

Voor kinderen kan dit trouwens een leuke manier zijn om iets met rekenen, natuur en aardrijkskunde tegelijk te doen.

De belangrijkste cijfers op een rij

Onderdeel Wat gebeurt er richting herfst?
Daglicht Neemt iedere dag verder af
Temperatuur Daalt gemiddeld richting november
Zonhoogte De zon staat steeds lager
Avonden Worden steeds korter en donkerder
Natuur Bladeren verkleuren en vallen
Neerslag Kan sterk verschillen per maand, plaats en jaar
Zonneschijn Kan sterk variëren; herfst is niet automatisch somber

Maar is de herfst dan slechter dan de zomer?

Eigenlijk niet.

Het is vooral anders.

In de zomer heb je lange dagen, hoge temperaturen en veel mogelijkheden om buiten te zijn.

In de herfst veranderen die omstandigheden.

Maar daarvoor krijg je andere dingen terug.

Een wandeling door een bos vol herfstkleuren. Een frisse ochtend. Een gezellige avond binnen. Een warme kop thee na een regenachtige fietstocht. Kaarsjes aan wanneer het buiten vroeg donker wordt.

Het seizoen verandert en daarmee verandert ook de manier waarop we onze dagen beleven.

Dus: zomer voorbij, herfst begonnen?

Ja, maar niet zo plotseling als het misschien lijkt.

De meteorologische herfst begint op 1 september. De astronomische herfst begint in 2026 op 23 september.

Vanaf het moment dat de zomer voorbij is, gaat de natuur niet ineens op de herfststand.

De verandering gebeurt iedere dag een klein beetje.

Een paar minuten minder daglicht. Een iets lagere zonnestand. Een frisse ochtend. Een avond waarop je voor het eerst weer een vest aantrekt.

En wanneer je die kleine veranderingen bij elkaar optelt, merk je ineens dat het seizoen echt veranderd is.

De herfst in cijfers is verrassender dan je denkt

Misschien is dat wel de leukste conclusie.

We denken vaak in simpele tegenstellingen: zomer is warm, herfst is koud. Zomer is zonnig, herfst is nat.

De werkelijkheid is veel interessanter.

Een herfst kan uitzonderlijk zonnig zijn. Een septemberdag kan zomers warm worden. Een oktober kan zacht verlopen en een novemberdag kan onverwacht aangenaam zijn.

Tegelijkertijd verliezen we in slechts twee maanden tijd in Amsterdam ongeveer 3 uur en 29 minuten daglicht per dag.

Dat is ongeveer 27 procent minder daglicht dan aan het begin van september.

En precies daardoor verandert onze dagelijkse omgeving langzaam mee.

De zomer verdwijnt dus niet op één dag. We zien hem iedere dag een klein stukje verder plaatsmaken voor de herfst.

Geniet van de overgang

Misschien is het daarom juist leuk om deze periode bewust mee te maken.

Ga nog naar buiten wanneer het mooi weer is. Maak een wandeling en kijk hoe de natuur verandert. Let eens op hoe laat het donker wordt en vergelijk dat met een paar weken eerder.

En wanneer de eerste echt frisse avond komt, is dat misschien helemaal niet erg.

Dan begint er simpelweg weer een ander deel van het jaar.

De zomer heeft zijn lange avonden, warme dagen en vakanties.

De herfst heeft zijn eigen sfeer, kleuren, wandelingen en gezellige momenten.

Het ene seizoen hoeft niet beter te zijn dan het andere. Ze zijn vooral verschillend.

En juist wanneer je kijkt naar de cijfers, zie je hoe bijzonder die overgang eigenlijk is.

Dus de volgende keer dat je eind september buiten zit en merkt dat het ineens sneller donker wordt, weet je waarom.

De herfst is dan niet zomaar begonnen.

De aarde is alweer een stukje verder op haar jaarlijkse reis rond de zon.

📤 Deel dit artikel

🏷️ Tags