Regenjas aan, paraplu mee en toch precies op het verkeerde moment een flinke bui. Zodra het september is, lijkt Nederland langzaam weer over te schakelen op grijze luchten, natte fietspaden en regen tegen de ramen.
Maar regent het in de herfst eigenlijk echt zo vaak? En waarom voelt oktober vaak zoveel natter aan dan een zonnige septemberdag?
We zoeken het uit. Met cijfers van het KNMI, een kijkje naar de Noordzee en de luchtstromen boven Nederland proberen we antwoord te geven op een simpele vraag:
Waarom lijkt de herfst in Nederland zoveel natter dan de zomer?
Om te beginnen: regent het in de herfst echt meer?
Het korte antwoord is: de herfst is in Nederland zeker geen droog seizoen. Maar het verhaal is iets ingewikkelder dan alleen zeggen dat het in de herfst “meer regent”.
Volgens de klimaatnormalen van het KNMI over de periode 1991-2020 valt er in De Bilt gemiddeld ongeveer 239 millimeter neerslag in de drie herfstmaanden samen.
Dat is een flinke hoeveelheid. Verspreid over september, oktober en november komt dat neer op gemiddeld ongeveer 80 millimeter per maand.
Maar die neerslag valt niet netjes iedere maand hetzelfde. Ook binnen één maand kan het enorm verschillen. Een paar stevige regengebieden kunnen al een groot deel van de maandelijkse hoeveelheid veroorzaken.
Een herfst met meerdere droge weken kan daardoor worden afgewisseld met een paar zeer natte dagen.
September, oktober en november zijn eigenlijk drie verschillende maanden
Als we zeggen dat het in de herfst vaak regent, doen we eigenlijk alsof september, oktober en november hetzelfde weer hebben.
Dat is helemaal niet zo.
September kan nog sterk op de zomer lijken. De zon kan volop schijnen en warme dagen zijn zeker nog mogelijk. In november is de situatie compleet anders: de dagen zijn veel korter, de zon staat lager en de Atlantische Oceaan heeft steeds meer invloed op het weer.
Het KNMI beschreef dit verschil in een recent klimaatbericht heel duidelijk: het begin van de herfst is gemiddeld relatief warm en droger, terwijl het later in de herfst natter wordt.
De herfst verandert dus letterlijk terwijl hij bezig is.
Waarom verandert het weer vanaf september?
De belangrijkste verandering is niet één enkele oorzaak. Het is een combinatie van verschillende processen.
De aarde ontvangt na de zomer steeds minder zonnestraling. De dagen worden korter en de zon staat lager boven de horizon. Daardoor koelt het land langzaam af.
De Noordzee koelt veel langzamer af dan het land.
Dat verschil is belangrijk.
Het zeewater heeft in het begin van de herfst nog veel warmte opgeslagen. Tegelijkertijd wordt de lucht boven het Europese vasteland geleidelijk koeler.
De Noordzee blijft daardoor relatief warm terwijl de omgeving afkoelt.
Dat warme zeewater zorgt bovendien voor verdamping. Er komt waterdamp in de lucht terecht en die vochtige lucht kan later bijdragen aan wolken en neerslag.
De Noordzee speelt een grotere rol dan je misschien denkt
Nederland ligt aan de Noordzee en dat merk je in ons weer.
Water verandert langzamer van temperatuur dan land. De zee is daardoor in de herfst nog relatief warm, terwijl het land al behoorlijk aan het afkoelen is.
Wanneer vochtige lucht vanaf de Noordzee richting Nederland stroomt, kan die lucht onderweg extra vocht bevatten.
Dat betekent niet automatisch dat er vervolgens regen valt. Er moet ook een mechanisme zijn waardoor de vochtige lucht opstijgt en afkoelt. Maar wanneer dat gebeurt, kunnen wolken en buien ontstaan.
Dit is één van de redenen waarom het Nederlandse kustgebied bij bepaalde weersituaties veel neerslag kan krijgen.
Het KNMI ziet dan ook duidelijke verschillen binnen Nederland. Aan de kust kan tijdens een herfstperiode aanzienlijk meer neerslag vallen dan verder landinwaarts.
Dan zijn er nog de depressies vanaf de Atlantische Oceaan
Een andere belangrijke speler is de Atlantische Oceaan.
In de herfst neemt de kans toe dat lagedrukgebieden en bijbehorende storingen vanuit de Atlantische Oceaan richting West-Europa trekken.
Zo'n lagedrukgebied kan verschillende soorten weer met zich meebrengen. Denk aan bewolking, wind, regen en soms stevige buien.
Wanneer zo'n storing over Nederland trekt, kan het een tijdje achter elkaar regenen. Daarna kan het weer tijdelijk droog worden.
Dat verklaart ook een typisch Nederlands herfstbeeld:
- een grijze ochtend;
- regen rond het middaguur;
- een droge periode in de middag;
- een flinke bui aan het einde van de dag;
- en vervolgens 's avonds weer opklaringen.
Het weer hoeft dus niet de hele dag hetzelfde te zijn.
Waarom lijkt de herfst dan nóg natter?
Hier speelt ook onze beleving een rol.
In de zomer kan een regenbui vervelend zijn, maar een uur later kan de straat alweer droog zijn en schijnt de zon.
In de herfst blijft de omgeving vaak langer nat.
De temperatuur is lager, de zon staat lager en de dagen zijn korter. Daardoor verdampt water minder snel en blijven bladeren, fietspaden en straten langer vochtig.
Een regenbui van een uur kan daardoor veel langer zichtbaar blijven.
Je merkt de regen simpelweg langer op.
Ook de temperatuur heeft invloed op hoeveel water de lucht kan bevatten
Hier wordt het interessant.
Warmere lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht. Dat betekent dat warme lucht grote hoeveelheden vocht kan vervoeren.
Wanneer vochtige lucht vervolgens opstijgt en afkoelt, kan waterdamp condenseren. Er ontstaan kleine waterdruppeltjes en uiteindelijk wolken en neerslag.
Dit proces speelt het hele jaar door, maar in een opwarmend klimaat kan de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer toenemen.
Het KNMI heeft onderzocht dat de gemiddelde jaarlijkse neerslag in Nederland tussen de klimaatperioden 1961-1990 en 1991-2020 met ongeveer 9 procent is toegenomen. Het aantal dagen met neerslag van betekenis veranderde daarbij veel minder. Met andere woorden: het is niet simpelweg zo dat het steeds op veel meer dagen regent; wanneer het regent, kan er gemiddeld meer water vallen.
Dat is een belangrijk verschil.
Regent het dus steeds vaker?
Niet helemaal.
Als je zegt “het regent tegenwoordig steeds vaker”, wek je de indruk dat het aantal regendagen sterk is toegenomen.
Volgens het KNMI ligt het verhaal genuanceerder. De gemiddelde hoeveelheid neerslag is toegenomen, terwijl het aantal dagen met betekenisvolle neerslag veel minder veranderde.
Een deel van de verandering zit dus in hoeveel regen er tijdens natte momenten valt.
Een stevige herfstbui kan daardoor tegenwoordig een flinke hoeveelheid water opleveren zonder dat er noodzakelijk meer regendagen zijn.
Hoeveel regen kan er op één dag vallen?
Dat verschilt enorm.
Een dag met slechts een paar millimeter regen voelt heel anders dan een dag waarop tientallen millimeters vallen.
Om het verschil duidelijk te maken:
| Neerslag | Hoeveel water is dat? |
|---|---|
| 1 mm | 1 liter water per vierkante meter |
| 5 mm | 5 liter water per vierkante meter |
| 10 mm | 10 liter water per vierkante meter |
| 25 mm | 25 liter water per vierkante meter |
| 50 mm | 50 liter water per vierkante meter |
Dat laatste klinkt misschien niet indrukwekkend totdat je het oppervlak groter maakt.
Op een oppervlak van 100 vierkante meter betekent 25 millimeter regen namelijk al:
25 liter × 100 = 2.500 liter water.
Een flinke regenbui kan dus in korte tijd ontzettend veel water op een relatief klein oppervlak laten vallen.
Waarom regent het aan de kust soms meer?
Nederland is klein, maar neerslag kan behoorlijk verschillen per regio.
Dat heeft onder andere te maken met de Noordzee en de windrichting.
Wanneer vochtige lucht vanaf zee het land binnenkomt, kunnen vooral de kustgebieden daar veel van merken.
Het KNMI beschreef bijvoorbeeld bij eerdere herfstperiodes grote verschillen tussen kustgebieden en het binnenland. In sommige situaties kunnen kustgebieden veel natter zijn terwijl delen van het oosten of zuidoosten aanzienlijk minder neerslag krijgen.
Dat betekent ook dat “het regent in Nederland” eigenlijk een behoorlijk algemene uitspraak is.
Het kan aan de ene kant van het land flink regenen terwijl iemand tientallen of honderden kilometers verderop nauwelijks een druppel ziet.
Waarom is oktober vaak zo'n typische regenmaand?
Oktober zit precies in de overgang naar het echte herfstweer.
De zomerwarmte is grotendeels verdwenen, maar de Noordzee kan nog relatief warm zijn. Tegelijkertijd neemt de invloed van Atlantische storingen toe.
Dat kan zorgen voor een combinatie van:
- vochtige lucht;
- lagedrukgebieden;
- fronten;
- stevige wind;
- buien;
- en langere perioden met regen.
Dat is één van de redenen waarom oktober vaak zo herkenbaar herfstachtig kan zijn.
Maar ook hier geldt: een droge oktober is absoluut mogelijk.
Het KNMI laat in historische herfstgegevens duidelijk zien dat afzonderlijke maanden enorm kunnen verschillen. Een bepaalde herfst kan bijvoorbeeld een zeer natte oktober hebben terwijl september en november juist relatief droog zijn.
November is niet automatisch de natste maand
Dat is misschien een verrassend punt.
Omdat november vaak grijs en nat aanvoelt, zou je misschien verwachten dat november altijd de meeste regen brengt.
Maar klimaatgemiddelden laten zien dat de drie herfstmaanden niet enorm ver uit elkaar liggen en dat individuele jaren sterk kunnen afwijken.
Het KNMI heeft bovendien vastgesteld dat de verdeling van herfstneerslag aan het veranderen is: het begin van de herfst wordt gemiddeld droger, terwijl het einde van de herfst natter wordt.
Dat betekent dat de klassieke gedachte “september is droog, oktober nat en november nog natter” te simpel is.
De herfst wordt dus niet simpelweg één grote regenperiode
Als we alles bij elkaar nemen, ontstaat een veel interessanter beeld.
De herfst is een overgangsseizoen. De zonkracht neemt af, het land koelt af, de Noordzee blijft relatief warm en de invloed van Atlantische lagedrukgebieden kan toenemen.
Daardoor krijgen we vaker situaties waarin vochtige lucht, fronten en buien samenkomen.
Maar tussen die natte periodes kunnen nog steeds prachtige zonnige dagen zitten.
Dat is misschien precies waarom het Nederlandse herfstweer zo wisselvallig is.
En hoeveel regen valt er dan gemiddeld?
Voor De Bilt ligt het klimaatgemiddelde voor de volledige herfst op ongeveer 239 millimeter neerslag over september, oktober en november samen.
Stel dat je die hoeveelheid heel simpel over drie maanden zou verdelen, dan kom je uit op ongeveer:
239 ÷ 3 = ongeveer 80 millimeter per maand.
Maar dit is alleen een rekenkundige verdeling. In werkelijkheid valt de neerslag natuurlijk niet zo netjes.
De ene maand kan veel natter zijn dan de andere en binnen één maand kunnen een paar zeer natte dagen een groot verschil maken.
Wat zegt klimaatverandering over de herfst?
Ook hier verandert het verhaal.
Het KNMI heeft onderzocht dat de Nederlandse herfst in de toekomst niet simpelweg als geheel steeds natter wordt. De verwachting is genuanceerder.
Het begin van de herfst kan relatief droger worden, terwijl het einde van de herfst juist natter wordt.
Dat betekent dat het verschil tussen september en november groter kan worden.
Daarnaast kan warmere lucht meer waterdamp bevatten. Daardoor kan bij geschikte weersituaties meer neerslag vallen.
Het KNMI ziet in de Nederlandse neerslagmetingen al een duidelijke toename van de hoeveelheid neerslag sinds de tweede helft van de twintigste eeuw.
Dus: waarom regent het in de herfst zo vaak?
We kunnen het antwoord inmiddels behoorlijk goed samenvatten.
Niet één oorzaak, maar een combinatie van factoren.
- De zomer loopt af en het land begint af te koelen.
- De Noordzee blijft relatief warm en levert vocht aan de lucht.
- De invloed van Atlantische lagedrukgebieden en storingen neemt toe.
- Vochtige lucht kan bij opstijgen afkoelen en wolken en neerslag vormen.
- De herfst kent daardoor veel wisselvallige weersituaties.
- Omdat de zon minder krachtig is en de dagen korter zijn, blijft de omgeving na regen langer nat.
Het resultaat kennen we allemaal: een ochtend waarop je met een droge straat vertrekt en een paar uur later door een flinke bui naar huis fietst.
En misschien is dat juist typisch Nederlands herfstweer
De herfst is dus niet simpelweg het seizoen waarin het drie maanden lang regent.
Het is vooral een seizoen waarin het weer snel kan omslaan.
Een zonnige septemberdag kan nog bijna als zomer voelen. Een paar weken later kan een stevige zuidwestenwind regen en herfstachtige temperaturen brengen. En weer een paar dagen daarna kan de zon ineens doorbreken.
Juist die afwisseling maakt de herfst zo herkenbaar.
Dus als je de volgende keer met je regenjas op de fiets zit en denkt “waarom regent het nou alweer?”, weet je in ieder geval dat er behoorlijk wat achter zit.
De herfst is geen simpel regenseizoen. Het is een overgangsperiode waarin land, zee, temperatuur, vocht en luchtstromingen voortdurend met elkaar veranderen.